1. Bouw van 100.000 woningen per jaar
Een centraal punt in het regeerprogramma is de bouw van 100.000 nieuwe woningen per jaar. Tot en met 2029 wordt jaarlijks 1 miljard euro vrijgemaakt om de woningproductie te stimuleren. Een kritische noot hierbij is dat de afgelopen jaren gemiddeld al 1 miljard euro werd uitgegeven door de overheid aan woningbouw, waardoor de vraag rijst of dit extra budget daadwerkelijk voor een impuls zal zorgen.
2. Fiscale veranderingen: overdrachtsbelasting en renteaftrek
Een opvallende maatregel is dat de verlaging van de overdrachtsbelasting naar 8% pas in 2026 ingaat. Tot die tijd blijft het tarief op 10,4%, waardoor beleggers vooralsnog geen voordeel hebben van een lager tarief bij de aankoop van vastgoed.
Wat wél wordt ingevoerd, is de verhoging van de renteaftrek voor vastgoed-BV’s van 20% naar 25% van de fiscale winst. Een kanttekening daarbij is dat er een serieus voorstel vanuit het ministerie van Financiën ligt, om de drempel van 1 miljoen euro in de renteaftrekbeperking af te schaffen. Dit voorstel is nog niet definitief, maar als het wordt ingevoerd, zullen kleinere vastgoedbeleggers worden geraakt. Voorheen konden beleggers immers tot 1 miljoen euro aan rentelasten aftrekken zonder door de beperking geraakt te worden, maar met de mogelijke afschaffing hiervan zou dit een aanzienlijke impact hebben op cashflow en rendement.
3. Realisatiekracht gemeenten wordt versterkt
Om het bouwtempo te verhogen, zet het kabinet in op betere samenwerking met en ondersteuning van gemeenten. Er wordt meer capaciteit beschikbaar gesteld voor het afgeven van vergunningen, en er komt een snellere digitalisering van het vergunningsproces. Beleggers die de komende jaren betrokken raken bij nieuwbouw- en transformatieprojecten, zouden in de praktijk moeten profiteren van de snellere vergunningverlening en verbeterde ondersteuning vanuit gemeenten.
4. Focus op betaalbare woningbouw
Het kabinet legt de nadruk op het stimuleren van de bouw van betaalbare nieuwbouwwoningen, waarbij 50% van de nieuwe woningen bestemd moet zijn voor lage- en middeninkomens. Minimaal 30% van deze woningen moet sociale huur omvatten. Dit betekent dat beleggers in nieuwbouwprojecten regelmatig te maken krijgen met eisen rondom betaalbaarheid, die vooral gericht zijn op het toegankelijk houden van woningen voor deze inkomensgroepen.
5. Verduurzaming als hoofddoel
Het kabinet blijft verduurzaming sterk stimuleren. Voor beleggers die investeren in bestaande woningen, zijn er diverse fiscale voordelen en subsidies beschikbaar voor energiebesparende maatregelen. Gemeenten krijgen meer ruimte om strengere eisen te stellen aan nieuwbouwprojecten op het gebied van duurzaamheid, wat de waarde van energiezuinige panden kan verhogen. Lees meer over verhoogde subsidies voor verduurzaming van huurwoningen en ontdek hoe je huurwoningen future-proof kunt maken.
6. Woningmarktregulering: huurmarkt blijft onder de loep
Naast de focus op nieuwbouw blijft de aandacht tevens gevestigd op regulering van de bestaande huurmarkt, met name in het middenhuursegment. De strengere regels beperken de huurprijzen om betaalbaarheid voor huurders te waarborgen. Voor beleggers die actief zijn in de verhuur van middenhuurwoningen betekent dit dat er beperkte ruimte is voor huurverhogingen. Tegelijkertijd kunnen deze maatregelen de vraag naar huurwoningen in dit segment verhogen, waardoor beleggingen in het middenhuursegment aantrekkelijk blijven.
Wat betekent dit voor beleggers?
Voor particuliere vastgoedbeleggers biedt het kabinet kansen door de geplande bouwversnelling en verduurzamingsmaatregelen. Tegelijkertijd zijn er uitdagingen door de uitgestelde verlaging van de overdrachtsbelasting, de renteaftrekbeperking voor BV’s en strengere regels voor middenhuurwoningen. De focus op betaalbaarheid en duurzaamheid vraagt mogelijk om een aanpassing in strategie om te profiteren van fiscale voordelen en subsidies.
