Bron: Vastgoedjournaal
Grote verschillen in gemeentelijke uitvoering
De Wgv verplicht gemeenten om op te treden tegen misstanden zoals onjuiste huurprijzen en onduidelijke servicekosten. Anderhalf jaar na invoering ontbreekt echter nog steeds een landelijke evaluatie door het Rijk. De FHCS onderzocht daarom zelf hoe gemeenten de wet in de praktijk toepassen.
Uit dat onderzoek blijkt dat de uitvoering sterk verschilt per gemeente. Grote steden hebben aparte handhavingsteams ingericht of bestaande teams uitgebreid. Kleinere gemeenten voegen de Wgv veelal toe aan bestaande handhavingstaken, wat leidt tot minder focus en capaciteit.
Deze verschillen werken door in de handhaving. Utrecht treedt vooral reactief op, op basis van meldingen. Den Haag en Rotterdam maken vaker gebruik van proactieve controles, bijvoorbeeld bij woninginspecties in gebieden met een vergunningplicht.
Normerend effect, maar uitvoering schiet tekort
Volgens de FHCS heeft de Wgv een duidelijk normerend effect. Veel verhuurders hebben hun werkwijze aangepast en zijn zich bewuster van hun verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd constateert de organisatie dat de uitvoering in de praktijk tekortschiet, met name op administratief vlak.
Onjuistheden in puntentellingen en onvolledige of slecht onderbouwde servicekostenafrekeningen komen regelmatig voor. In veel gevallen blijkt de administratieve vastlegging minder solide dan verhuurders en beheerders zelf aangeven.
Borg en servicekosten buiten handhavingsbereik
Een belangrijk knelpunt is dat gemeenten niet bestuursrechtelijk kunnen optreden wanneer een verhuurder de borg niet of te laat terugbetaalt, of te hoge servicekosten in rekening brengt. Hoewel de Wgv voorschrijft dat de borg binnen veertien dagen moet worden terugbetaald, blijft dit een privaatrechtelijke kwestie. Huurders moeten hiervoor zelf naar de rechter.
De FHCS pleit ervoor om borg en servicekosten expliciet onder de handhavingsbevoegdheden van de Wgv te brengen, zodat gemeenten hier effectiever tegen kunnen optreden.
Zorgen over verdwijnen huurteams
Daarnaast uit de FHCS zorgen over het voornemen om in Utrecht en Rotterdam per 2026 te stoppen met de gemeentelijke huurteams. Deze teams boden laagdrempelige ondersteuning aan huurders, onder meer bij procedures bij de Huurcommissie.
Volgens de federatie verdwijnt hiermee een belangrijk vangnet, juist in de commerciële huursector. De veronderstelling dat misstanden vooral in de sociale huursector voorkomen, wordt door de FHCS niet herkend.
Oproep tot landelijk huurregister
Tot slot herhaalt de FHCS haar pleidooi voor een landelijk huurregister. Een dergelijk register zou de transparantie vergroten en gemeenten in staat stellen proactiever te handhaven. Ook andere overheidsinstanties zouden hiervan kunnen profiteren.
Eind 2023 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een motie om een huurregister te ontwikkelen. De verdere uitwerking wordt verwacht in 2026.
