Handhaving Wet goed verhuurderschap door gemeenten blijft achter

De Wet goed verhuurderschap (Wgv) heeft sinds de invoering op 1 juli 2023 geleid tot gedragsaanpassingen bij verhuurders. Tegelijkertijd blijft de praktische uitvoering en handhaving door gemeenten achter. Dat concludeert de Federatie Huurders in de Commerciële Sector (FHCS) op basis van onderzoek in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

Deel dit artikel

Grote verschillen in gemeentelijke uitvoering

De Wgv verplicht gemeenten om op te treden tegen misstanden zoals onjuiste huurprijzen en onduidelijke servicekosten. Anderhalf jaar na invoering ontbreekt echter nog steeds een landelijke evaluatie door het Rijk. De FHCS onderzocht daarom zelf hoe gemeenten de wet in de praktijk toepassen.

Uit dat onderzoek blijkt dat de uitvoering sterk verschilt per gemeente. Grote steden hebben aparte handhavingsteams ingericht of bestaande teams uitgebreid. Kleinere gemeenten voegen de Wgv veelal toe aan bestaande handhavingstaken, wat leidt tot minder focus en capaciteit.

Deze verschillen werken door in de handhaving. Utrecht treedt vooral reactief op, op basis van meldingen. Den Haag en Rotterdam maken vaker gebruik van proactieve controles, bijvoorbeeld bij woninginspecties in gebieden met een vergunningplicht.

Normerend effect, maar uitvoering schiet tekort

Volgens de FHCS heeft de Wgv een duidelijk normerend effect. Veel verhuurders hebben hun werkwijze aangepast en zijn zich bewuster van hun verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd constateert de organisatie dat de uitvoering in de praktijk tekortschiet, met name op administratief vlak.

Onjuistheden in puntentellingen en onvolledige of slecht onderbouwde servicekostenafrekeningen komen regelmatig voor. In veel gevallen blijkt de administratieve vastlegging minder solide dan verhuurders en beheerders zelf aangeven.

Borg en servicekosten buiten handhavingsbereik

Een belangrijk knelpunt is dat gemeenten niet bestuursrechtelijk kunnen optreden wanneer een verhuurder de borg niet of te laat terugbetaalt, of te hoge servicekosten in rekening brengt. Hoewel de Wgv voorschrijft dat de borg binnen veertien dagen moet worden terugbetaald, blijft dit een privaatrechtelijke kwestie. Huurders moeten hiervoor zelf naar de rechter.

De FHCS pleit ervoor om borg en servicekosten expliciet onder de handhavingsbevoegdheden van de Wgv te brengen, zodat gemeenten hier effectiever tegen kunnen optreden.

Zorgen over verdwijnen huurteams

Daarnaast uit de FHCS zorgen over het voornemen om in Utrecht en Rotterdam per 2026 te stoppen met de gemeentelijke huurteams. Deze teams boden laagdrempelige ondersteuning aan huurders, onder meer bij procedures bij de Huurcommissie.

Volgens de federatie verdwijnt hiermee een belangrijk vangnet, juist in de commerciële huursector. De veronderstelling dat misstanden vooral in de sociale huursector voorkomen, wordt door de FHCS niet herkend.

Oproep tot landelijk huurregister

Tot slot herhaalt de FHCS haar pleidooi voor een landelijk huurregister. Een dergelijk register zou de transparantie vergroten en gemeenten in staat stellen proactiever te handhaven. Ook andere overheidsinstanties zouden hiervan kunnen profiteren.

Eind 2023 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een motie om een huurregister te ontwikkelen. De verdere uitwerking wordt verwacht in 2026.

Let op: Bent u een vermogend particulier en overweegt u te investeren in vastgoed of wilt u uw vastgoedportefeuille uitbreiden? Bekijk hier de voordelen van onze persoonlijke aankoopbegeleiding.

Disclaimer: de aangeboden informatie in dit artikel is enkel en alleen bedoeld voor algemene informatiedoeleinden. Beslissingen die u neemt op basis van informatie in dit artikel zijn voor eigen rekening en risico.

[calendly url="https://calendly.com/bram-aureum/investeringsoverleg" type="1" form_height="700" form_width="400" hide_cookie_banner="1"]

Meld u gratis aan

Wij bieden beleggingen aan die niet beschikbaar zijn op openbare marktplaatsen. Meld u gratis aan.