Overdrachtsbelasting naar 7 procent
De overdrachtsbelasting voor woningen die niet als eigen hoofdverblijf worden gebruikt, daalt volgens het Belastingplan 2027 van 8 naar 7 procent.
Bij aankoop van een beleggingswoning van € 500.000 daalt de belasting daardoor van € 40.000 naar € 35.000. Dit levert een eenmalig voordeel van € 5.000 op.
De maatregel verlaagt de aankoopkosten, maar verandert niets aan de huurinkomsten, financieringslasten of exploitatiekosten. Het voorstel moet nog door het parlement worden goedgekeurd.
Subsidie voor nieuwe middenhuur
Het kabinet reserveert € 500 miljoen voor nieuwgebouwde middenhuurwoningen. Van 2029 tot en met 2033 komt hiervoor jaarlijks € 100 miljoen beschikbaar. De subsidie kan oplopen tot € 10.000 per woning.
De regeling is bedoeld voor nieuwbouwprojecten die door hoge bouw- en financieringskosten moeilijk haalbaar zijn. De aankoop, renovatie en exploitatie van bestaande huurwoningen vallen er niet onder. De definitieve voorwaarden moeten nog worden vastgesteld.
Geld voor gemeenten en corporaties
Via de Realisatiestimulans gaat € 2,3 miljard naar gemeenten. Zij ontvangen € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw is gestart en bepalen zelf hoe zij deze bijdrage inzetten.
Woningcorporaties worden vanaf 2028 naar verwachting uitgezonderd van de earningsstrippingmaatregel uit ATAD. Hierdoor kunnen zij meer rente fiscaal aftrekken. Het kabinet begroot dit voordeel op circa € 425 miljoen per jaar. Ook worden onderlinge overdrachten van sociale huurwoningen vrijgesteld van overdrachtsbelasting.
Beperkt effect op bestaande huurwoningen
Voor particuliere beleggers in bestaande huurwoningen is de verlaging van de overdrachtsbelasting de belangrijkste directe maatregel. De overige ondersteuning is vooral gericht op nieuwbouw, gemeenten en woningcorporaties.
De Miljoenennota verlaagt daarmee de aankoopkosten van beleggingswoningen, maar verandert weinig aan de exploitatie en belastingheffing van bestaande particuliere huurportefeuilles.
