Bron: Vastgoedmarkt
Huurbevriezing van de baan
Een van de directe effecten van de val van het kabinet is dat de omstreden huurbevriezing definitief van tafel is. Het wetsvoorstel had op forse weerstand kunnen rekenen, niet alleen van vastgoedpartijen, maar ook van grote delen van de Tweede Kamer. Zonder de steun van de PVV, die nu uit de coalitie is gestapt, is de politieke urgentie voor deze maatregel verdwenen.
Voor particuliere beleggers betekent dit voorlopig geen verplichte huurstop voor gereguleerde woningen. Daarmee blijft er lucht in het verdienmodel voor verhuurders, in een tijd waarin rendementen toch al onder druk staan door onder meer stijgende financieringskosten en inflatie.
Regiewet blijft overeind
Het verdwijnen van de huurbevriezing heeft ook gevolgen voor andere wetgeving. De zogeheten Wet versterking regie op de volkshuisvesting, bedoeld om gemeenten te dwingen meer betaalbare woningen te realiseren, blijft hierdoor levensvatbaar. Deze wet verplicht gemeenten tot het realiseren van een minimaal aandeel middenhuur en sociale huur, maar laat ruimte om dit regionaal af te stemmen. Zonder corporaties aan tafel zou deze wet onuitvoerbaar worden, iets wat dreigde als zij financieel geraakt werden door de huurbevriezing. Nu dat scenario is afgewend, lijkt deze wet voorlopig op koers.
Wet betaalbare huur mogelijk aangepast
Een ander heet hangijzer is de Wet betaalbare huur, die eerder dit jaar werd ingevoerd en een groot deel van de vrije huursector onder regulering bracht. Minister Keijzer (BBB) heeft plannen aangekondigd om deze wet aan te passen, met name door de WOZ-waarde zwaarder te laten meewegen in het woningwaarderingsstelsel. Dit zou met name in gewilde stedelijke gebieden kunnen leiden tot een verhoging van de maximale huurprijs met circa 100 euro per maand.
Voor particuliere beleggers in het middensegment is dit op zichzelf een lichtpuntje. Toch blijft het politieke draagvlak wankel. De kans dat deze aanpassingen worden doorgevoerd vóór nieuwe verkiezingen is klein. En bij een meer centristisch of links kabinet zal het momentum voor versoepeling van de huurprijsregulering vermoedelijk weer afnemen.
Box 3: last blijft, oplossing schuift door
Voor particuliere verhuurders die hun bezit aanhouden in box 3 blijft het fiscale klimaat uiterst ongunstig. De forfaitaire rendementsheffing is opgelopen tot ruim 7 procent, terwijl een structurele oplossing, belasting op werkelijke rendementen, pas in 2028 wordt verwacht. Die hervorming is complex, en met het huidige politieke vacuüm is het vrijwel zeker dat dit dossier doorschuift naar een volgend kabinet. Wie investeert in vastgoed in privé zal dus nog zeker enkele jaren met deze onevenredige belastingdruk moeten rekenen.
Stikstof blijft bouwremmer
Ten slotte blijft ook het stikstofprobleem een zware rem zetten op woningbouwontwikkeling. Volgens Bouwend Nederland dreigen tot 2030 ruim 240.000 woningen niet vergund te worden, puur vanwege stikstofbeperkingen. Dit raakt niet alleen ontwikkelaars, maar uiteindelijk ook beleggers, omdat schaarste op de huurmarkt in stand blijft of verergert. Ook dit dossier wordt voorlopig niet opgelost: het kabinet heeft de kwestie in feite doorgeschoven.
Conclusie: adempauze, maar geen oplossing
De val van het kabinet levert op korte termijn vooral uitstel op van nieuwe belastende maatregelen voor particuliere vastgoedbeleggers. Dat biedt tijdelijk ademruimte, maar geen structurele oplossing. Belangrijke dossiers als de fiscale behandeling in box 3, het stikstofbeleid en de regulering van middenhuur blijven slepen. En hun uitkomst hangt sterk af van de samenstelling van een volgend kabinet.
