Wet biedt bescherming, maar werkt mogelijk averechts
Volgens Welzijn is de huurbescherming inmiddels stevig verankerd in andere recente wetgeving, zoals de Wet betaalbare huur en de Wet goed verhuurderschap. Toch ziet zij aanleiding om de Wet vaste huurcontracten te heroverwegen. De maatregel zou in de praktijk “nieuwe overwegingen met zich meebrengen”, en wordt door veel verhuurders als een belemmering ervaren.
Zij noemt onder meer hospita’s die terughoudend zijn geworden om kamers te verhuren, uit angst langdurig aan huurders vast te zitten. Welzijn pleit voor een benadering “met open vizier”, nu honderdduizenden mensen geen passende woonruimte kunnen vinden.
Politieke ruimte voor aanpassing
De motie kan op brede steun rekenen in de Kamer en sluit aan bij eerder uitgesproken zorgen van minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting, BBB). Keijzer gaf al in een eerder stadium aan “geen fan” te zijn van het wettelijke verbod op tijdelijke contracten. Ze ziet dat particuliere verhuurders zich steeds vaker terugtrekken, mede onder druk van regelgeving en fiscale maatregelen.
Nog voor de zomer komt Keijzer met voorstellen die de positie van particuliere verhuurders moeten versterken. Daarbij wordt ook gekeken naar de belastingdruk op tweede woningen en de effecten van de Wet betaalbare huur.
Bestaande uitzonderingen blijken onvoldoende
Opvallend is dat de discussie zich nu richt op het algemene verbod, terwijl er binnen de huidige wet al uitzonderingsmogelijkheden bestaan – zoals verhuur op basis van de Leegstandswet, campuscontracten voor studenten, doelgroepencontracten of tijdelijke verhuur met het oog op toekomstig eigen gebruik. In de praktijk blijken deze mogelijkheden echter niet toereikend om aan de marktvraag tegemoet te komen.
Voorzichtigheid bij versoepeling
Tegenstanders van aanpassing, waaronder GroenLinks-PvdA en ChristenUnie, blijven kritisch. Zij wijzen erop dat het verbod juist op hun initiatief is ingevoerd om huurders structurele zekerheid te bieden. Volgens hen mag de woningnood niet als aanleiding worden gebruikt om huurdersbescherming terug te draaien.
Gevolgen voor de vastgoedpraktijk
Voor beleggers is het van belang te volgen welke invulling de regering aan de herziening geeft. In de politieke discussie klinkt voorzichtig steun door voor een model waarbij tijdelijke huurcontracten opnieuw mogelijk worden, maar dan onder voorwaarden – bijvoorbeeld met een minimale looptijd, gekoppeld aan specifieke doelgroepen of situaties.
Zo’n tussenmodel zou verhuurders meer flexibiliteit kunnen bieden dan het huidige regime, zonder de kern van huurbescherming los te laten. Dit kan met name relevant zijn bij tijdelijke exploitatie, vastgoedtransformatie of verhuur in afwachting van verkoop.
Tegelijkertijd onderstreept het debat de veranderlijkheid van het beleidsklimaat. Beleggers doen er goed aan hun strategie voortdurend af te stemmen op de actuele wet- en regelgeving, die in korte tijd fundamenteel kan verschuiven.
